April 1912. Jullie maken deel uit van de bemanning van de ‘onzinkbare’ Titanic die van Lockholm naar Escapetown vaart. De afgelopen dagen is er niet veel gebeurd: het waren normale werkdagen, niks bijzonders. Maar je voelt dat vandaag anders zal zijn.

Sinds vanmorgen staat er een stormachtige wind en de zee is ruw. De kapitein komt naar je toe en geeft je instructies over de route die hij vandaag wil volgen om er zeker van te zijn dat de reis voorspoedig zal verlopen. Maar midden in het verhaal van de kapitein brult één van de bemanningsleden opeens: “IJsberg!”

De kapitein haast zich naar het roer van het schip en weet dit op het allerlaatste moment om te gooien. Het schip schudt en beeft en je hoort de passagiers paniekerig schreeuwen. De kapitein roept dat je je schrap moet zetten. Je maakt je klein onder de tafel. Je hoort alleen nog het gevloek van de kapitein en voelt de hevige bewegingen van het schip.

Je wacht nu al een halfuur gespannen op een verbetering van de situatie als je plotseling een luide dreun hoort: BAM!!!

Het schip ligt stil. Je kruipt uit je schuilplaats onder de tafel vandaan en kijkt naar de boeg van het schip. Het heeft een ijsberg geraakt! De kapitein komt op je af. “Dit ziet er niet goed uit. Verdorie. Er moet een probleem zijn in het stookruim,” zegt hij. “Ik ga in de machinekamer kijken of we het schip kunnen herstarten. Volg in de tussentijd mijn instructies op.”

En met die woorden verlaat de kapitein de brug. Waarschijnlijk weet hij nog niet dat het gevaar veel groter is dan hij denkt. Het laatste schip dat een ijsberg raakte zonk binnen 60 minuten. Laten we hopen dat jullie op z’n minst genoeg tijd hebben om alle passagiers van het schip te redden!