Het zweet druppelt van je voorhoofd. Het is vochtig, donker, je hele lijf doet pijn, maar je hebt je nog nooit zo goed gevoeld! Na jaren van onderzoek ben je ervan overtuigd dat je ‘m nu eindelijk hebt gevonden: de ondergrondse Tempel van Ozomatzin, de grootste heerser van het Azteekse Rijk. Over deze tempel deden talloze verhalen de ronde. De meeste mensen die de tempel hadden gevonden en betraden, waren nooit meer teruggezien. Ten prooi gevallen aan slangen, zo werd algemeen verondersteld. Maar er waren ook verhalen over het Oog van de Azteken, de grootste diamant ooit.

Jij hoorde voor het eerst over de tempel van je geschiedenisleraar James van Dyk. Hij was erdoor geobsedeerd. James was van mening dat een leven lang zoeken naar deze tempel absoluut de moeite waard was. Al was er slechts een schamele 1% kans dat hij echt bestond. Toen je bij hem stage liep, ben je zelf ook een beetje geobsedeerd geraakt.

James vertrok in zijn eentje naar Mexico. Hij bracht geregeld verslag aan je uit en had het over een doorbraak. Dat was het laatste dat je ooit van hem hoorde. Voor jou was dit de aanleiding om naar Mexico te verhuizen. Je woont nu al vier jaar in deze jungle en al die tijd ben je niet meer teruggeweest in je geboorteplaats Grand Fenwick. Dat geldt trouwens ook voor jouw team van topstudenten, die schatzoekers zijn geworden.

Bloed, zweet en tranen hebben je uiteindelijk hier naartoe gebracht, dik negen meter onder de grond, in het hart van de Mexicaanse jungle.

Je weet dat het Oog van de Azteken niet ver meer is. Het gevaarlijkste deel van je reis moet nog komen. Je geloofde dat de tempel bestond, dus waarom zou je de rest van de mythe niet geloven? Het Oog van de Azteken moest voor eeuwig begraven blijven tenzij de uitverkorene het zou vinden. Dus toen heerser en diamant werden begraven, maakten de Azteken vernuftige puzzels die ervoor moesten zorgen dat het oog nooit in onwaardige handen zou vallen. Mocht dat per ongeluk toch gebeuren, dan waren volgens de verhalen de gevolgen rampzalig. Er zouden slangen worden vrijgelaten en kamers zouden instorten. Aangezien jij jezelf niet als ‘uitverkorene’ beschouwt maar eerder als historicus met een hoop fantasie, knijp je ‘m wel een beetje.

Je legt je studenten uit dat 360 het heiligste getal van de Azteken was. Hun kalender had 360 dagen en hun kunst en heilige schrift werden altijd in een ronde steen gehouwen; in een perfecte cirkel van 360 graden. Voor je ligt een enorme gebroken steen, met daar achter de ingang van de tempel. Zodra je de tempel betreedt, zo vertelde het verhaal, zou er druppelsgewijs water in één of ander mechanisme vallen, op de maat van de hartslag van een slang. Eenmaal vol zou de hel losbreken. Aangezien een slangenhart 1 keer per seconde slaat en er exact 3.600 waterdruppels in het apparaat passen, zitten er precies 3.600 seconden tussen ontsnappen en de dood...

Een seconde nadat je de tempel binnengaat, valt de stenen deur dicht en hoor je druppels vallen...